Dromen

VERHAAL

Het land waarover dit verhaal gaat is bij iedereen aanwezig. En bovendien is het een land dat voor iedereen bereikbaar is. Er zijn zelfs mensen die er bewust naar toe gaan om zichzelf te ontmoeten, of om als inspiratiebron voor het verdere leven te gebruiken. Dromenland is de naam. Dagdromen, nachtdromen, even wegdromen, een droom van een meisje, zit niet zo te dromen, volg je dromen. Er zijn mensen die hun dromen als bron opvatten om bepaalde dingen niet, of juist wel te doen. De innerlijke reis.

Zo ook het verhaal van die beroemde ontdekkingsreiziger.
Hij was de hele wereld al rondgetrokken op zoek naar nog niet ontdekte en onbekende gebieden. Maar overal waar hij kwam daar zag hij sporen dat er al mensen waren geweest. En toen hij na lang zoeken eindelijk een onontdekt gebied vond en een expeditie aan het voorbereiden was wees iemand hem op Google-map. Daar kon hij een gedetailleerd kaartje downloaden van dat “onontdekte” gebied. Eerst verbijstert en daarna teleurgesteld zag hij dat geen plekje op de wereld onontdekt meer was. Sterker: via Google-map kwam hij sneller en veel meer gedetailleerd dan hij zelf ooit zou kunnen bereiken op allerlei plaatsen op de wereld. Verbijstert, verbaast, teleurgesteld merkte hij dat zijn levenswerk, het ontdekken van onbekende gebieden op deze wereld niet meer mogelijk was. Zelfs de zeeën werden via Google geopenbaard.
Vervolgens kwam de ontdekkingsreiziger in een diepe persoonlijke crisis terecht. Voor zijn gevoel was elke reden van zijn bestaan weggeslagen.
Zo kwam hij dan bij de psychiater en die nodigde hem uit om eens zijn dromen te vertellen. “Wat heeft dat er nu mee te maken” riep de ontdekkingsreiziger vertwijfeld uit. “Dat merkt u nog wel”, was het antwoord.

(Onderstaande dromen zijn niet zelf verzonnen maar naar aanleiding van verhalen die ik heb gehoord. Wel is de tekst hier en daar aangepast)
Eerste droom: ik was op een van mijn ontdekkingsreizen op bezoek bij de keizer van China. Ik moest iets van de keizer gedaan krijgen: wat dat was me niet duidelijk. Op een gegeven moment besloot de keizer dat hij me het paleis zou laten zien en we gingen op weg. De zalen waren prachtig maar hoe verder we de kelders ingingen hoe lelijker en hoe meer verwaarloost de omgeving werd. Op een gegeven moment gingen we een poort door naar iets wat duidelijk een gevangenis was. In de cellen zaten mensen die waren gemarteld, en nog werden want van tijd tot tijd werd er een gevangene opgehaald waarna vreselijke pijnkreten hoorbaar werden. “Ja”, vertelde de keizer: “we hebben hier allerlei speciale afdelingen en laten we daar maar eens gaan kijken”.

We kwamen op de afdeling waar de handen werden gemarteld en toen we die afdeling verlieten kon ik mijn handen niet meer gebruiken.
We kwamen op de afdeling waar de armen werden gemarteld en toen we die afdeling verlieten kon ik mijn armen niet meer gebruiken.
We kwamen op de afdeling waar het hoofd werden gemarteld en toen we die afdeling verlieten kon ik mijn hoofd niet meer draaien.
We kwamen op de afdeling waar de voeten werden gemarteld en toen we die afdeling verlieten kon ik mijn voeten niet meer gebruiken.
We kwamen op de afdeling waar de benen werden gemarteld en toen we die afdeling verlieten kon ik mijn benen niet meer gebruiken.
En het viel me op dat de keizer zich daar niets van aantrok en geen enkel gevoel van medelijden of mededogen toonde, noch naar de gemartelde mensen, noch naar mij.
En ook was het land niet te “Googelen”. Maar, waar was het dan op de wereld?

Tweede droom: Hij was boer en zijn koeien gaven geen melk meer. Tenminste: de uiers waren ’s ochtends leeg als hij kwam melken. En ’s middags gaven zij wel melk. Hij besloot om dat uit te zoeken. ’s Morgens verstopte hij zich achter de bosjes, en zo zag hij dat heel vroeg in de ochtend er vanuit de hemel een aantal sterrenmaagden omlaag kwamen om de koeien te melken. Hij wist er een te vangen voordat ze weer omhoog naar de hemel kon gaan. Zij smeekte hem haar te sparen en beloofde een goede vrouw voor hem te zijn. Hij accepteerde haar aanbod en zij was hem ter wille. Ze had alleen één eis: hij mocht nooit het mandje openen dat zij bij zich had. En hij beloofde dat. En dat ging een hele tijd zo goed.
Maar zijn onderzoekende geest kon de belofte niet houden. Toen zijn vrouw naar de markt was opende hij het mandje met trillende handen en grote verwachting wat hij zou gaan vinden. Niets!! Niets was er in het mandje!! En hij moest lachen; wat maakte zijn belofte nu uit?
De sterrenmaagd wist onmiddellijk wat hij had gedaan, het mandje geopend. “Ik zal je moeten verlaten omdat je je belofte hebt gebroken”, zei ze met gebroken stem. “Ach joh, stel je niet aan, er zat helemaal niets in dat mandje. Wat maakt het dan uit?”. “Juist omdat je niets zag moet ik van je vandaan, terug naar sterrenland. Maar als je me vindt, dan kom ik weer bij je terug”. 
Hij had nog nooit van dat land gehoord. En een zoektocht over de wereld gaf geen oplossing. Ook “Googelen” gaf geen resultaat.

Derde droom: verdwaald in de woestijn, en dorstig op zoek naar water. In de verte zie ik een berg en ik loop naar de voet van de berg in de hoop een riviertje tegen te komen. Ik vind beneden niets maar hoor wel water lopen in de hoogte. Ik beklim de berg en zie een groep dorstige mensen bij een oude man staan.

De oude man laat de mensen niet door naar een waterbron waar hij voor staat. Als ik bij de mensen ben aangekomen beginnen we met ons allen te roepen: “we hebben dorst, we hebben dorst. Laat ons door!”.
“Deze weg is afgesloten, je komt niet bij de bron. Google maar hoe je er wel moet komen” zegt de oude man.

En dat is mijn levensopdracht: een google maken. Niet voor de wereld buiten ons, maar om de weg te vinden in de innerlijke wereld van de mens.
Deze droom is nu al een tijd geleden gedroomd, maar nog steeds niet uitgekomen. Ook van de ontdekkingsreiziger is nooit meer iets vernomen. We vermoeden dat hij is verdwaald.

Mediamiek

 

DROOM

Ik droomde dat ik kan komen,
kan komen in jouw dromen.
Ik droomde dat jij droomt van mij
en dat jij dan wilt dat ik met je vrij.

Hele mooie en fijne dromen,
dat vinden jij en ik, en wij hopen beiden
dat deze dromen blijven komen.
Jij en ik dromende aan elkanders zijde.

En jij droomt dan, dat ik droom,
dat jij droomt ervan
dat ik opgewonden friemel an,
jouw nachtjapons zoom.

Zo we dromen van en over elkaar,
en niets ervan is raar,
zelfs onbeantwoord is de vraag
dromen we dit gisteren, morgen of vandaag.

maar hoe komt het dan dat
mijn kussen is nat
bij het wakker worden.
En dat ik je stem nooit meer hoorde.

Mediamiek